ma
di
wo
do
vr
za
zo
 
 
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
31
 
 
Schrijf je in op de nieuwsbrief.

Agenda

Vrijwilliger

Vier stellingen en een vraag over Europa en zijn Arabisch fobie

Lucas CATHERINE - 2005



Stelling één: Europa is NIET joods-christelijk van beschaving.
Stelling twee: De Arabisch cultuur is NIET vreemd aan Europa, in tegendeel. Zonder Arabische cultuur geen Europese.
Stelling drie: Europa was NOOIT tolerant tegenover zijn minderheden.
Stelling vier: Het latente racisme in de Europese cultuur wordt binnen België nog eens gestimuleerd door het parochiale en provincialistische Vlaams nationalisme.
Vraag: Hoe kan een minderheid in Europa, in casu de Arabische, overleven?

 

Stelling één: Europa is NIET joods-christelijk van beschaving


Het is een gemeenplaats om de Europese beschaving te omschrijven als joods-christelijk, dit in tegenstelling tot de Arabische, die islamitisch is. Zoals alle gemeenplaatsen klopt ook deze niet. Dit is gewoon een mythe. Ten eerste vergeten wij dan dat nogal wat Arabieren christelijk waren, en ook dat de joden meer hebben bijgedragen tot de Arabische, dan tot de Europese beschaving. De joden in de Arabische wereld zijn al een millennium lang Arabischtalig. En je kan zonder moeite een lange rij grote joodse figuren opsommen die Arabisch van cultuur en van taal waren: Ibn Maimoen (Maimonides), Sulaiman ibn Jabirul (Ben Gabirol/ Avicebron), Samuel al Naqid, Judah Halevi, Musa, Ibrahim en Sulaiman ibn Ezra,... Zelfs een van de vaders van het moderne Arabische nationalisme was een jood, Yaqub Sanu'.


In West-Europa hebben de joden tot de Verlichting geen rol gespeeld, tenzij die van slachtoffer van een algemeen verbreide, niets ontzeggende jodenhaat. Spinoza was de eerste grote uitzondering. Baruch Spinoza werd in 1632 in Amsterdam geboren in een sefardisch joodse familie die uit Andaloesië was verdreven. De sefardische joden hadden hun filosofische traditie meegebracht. Een van Spinoza's voorbeelden was Abu Bakr ibn Tufail, geboren in Wadi Ash (nu Guadix), en meer bepaald zijn boek De Geschiedenis van Hay ibn Yaqzan (letterlijk De Levende, zoon van de Bewuste). Een boek dat verhaalt hoe op een eiland een man opgroeit zonder enig contact met de buitenwereld (een soort filosofische Robinson Crusoë) maar door rationeel na te denken komt de eilandbewoner tot dezelfde conclusies als de godsdienst. Doorheen de op het eerste zicht chaotische en onvolmaakte wereld ontdekt hij toch god. Want, het goddelijke is in al het bestaande aanwezig en de mens kan het door oefening naar buiten brengen. Dit laatste is ook een stelling van de soefi-mystiek binnen de islam, en de mystiek van de Arabische joden. Het boek werd voor het eerst in Engeland vertaald in 1671 en een jaar later, mogelijk op initiatief van Spinoza ook vertaald in het Nederlands. Spinoza was door deze Andaloesische filosofie sterk beïnvloed. De relatie tussen God en Zijn Schepping was een van de grote discussiepunten. In de islamitische filosofie werd dit opgelost door het dogma van de enigheid van god (tawhid) tot het uiterste door te trekken. Zo ging men in de Andaloesische filosofie stellen dat er geen enkel verband was tussen god en zijn schepping en dat god de wereld niet in een keer had geschapen, maar dat die schepping eeuwig doorging. Een stroming die zijn hoogtepunt kende onder de Almohaden. Echo's van deze filosofische opvattingen kan je bij Spinoza terugvinden in belangrijke stellingen als "God is de enige Substantie", wat zeer gelijklopend is met de manier waarop binnen de moslim filosofie de tawhid, enigheid van god was verwerkt of ook in de stelling dat "God niet bij wilsbeschikking de loop der natuur beïnvloed". Spinoza ging nog verder en stelde dat de Ene God en de Ene bestaande Natuur (kosmos) samenvielen in zijn beruchte uitdrukking Deus sive Natura, God, te weten De Natuur. Vandaar dat men hem ook pantheïsme toeschreef. Baruch Spinoza werd zo controversieel binnen de joodse gemeenschap dat die alle contact met hem verbrak en zijn leden formeel het bevel gaf niet langer omgang met hem te hebben. Uit protest veranderde hij van voornaam. Hij gebruikte niet langer Baruch (hebreeuws voor Gezegende) maar vertaalde die naar het Latijn, Benedictus.


Hij wordt de eerste in hele rij belangrijke joodse denkers en wetenschappers. Maar die nemen pas deel aan de Europese cultuur in zover zij zich, net als Spinoza, willens of nillens distantiëren van hun traditioneel geloof, in een beweging die zij Haskala heten of Bildung respectievelijk hebreeuws en jiddisch voor Verlichting. Die breuk was enorm. Sinds het einde van het Romeinse Rijk was de religie extreem dominant binnen de joodse gemeenschappen in christelijk Europa en de rabbijnen bezaten een niet te onder schatten rechtsmacht over hun leden. Daarbij ging het niet alleen om sociale druk, maar de rabbinale gerechtshoven konden medejoden laten geselen, gevangen zetten, of uit de gemeenschap stoten. In sommige landen, zoals katholiek Spanje of Polen konden zij zelfs doodstraffen uitspreken en die bijzonder wreed laten voltrekken, door bijvoorbeeld iemand tot der dood te geselen. De katholieke staten lieten dit niet enkel toe in naam van wet en orde, maar hadden er dikwijls financieel baat bij. In Spaanse archieven uit de 13de en 14de eeuw zijn edicten terug te vinden waarin de zeer katholieke vorsten van Castillië en Aragon hun niet minder katholieke gezagsdragers opdracht gaven er over te waken dat die voorschriften, zoals het respecteren van de sabbat, werden toegepast. Immers, wanneer een jood door een rabbinaal gerechtshof beboet werd wegens een overtreding, dan ging slechts een tiende naar het hof en negen tiende naar de katholieke vorst. Of een recenter voorbeeld. In 1848 beklaagt de bekende rabbijn Moshe Sopher van Pressburg (Bratislava) er zich over dat de joden in Wenen te veel vrijheid krijgen. Overtreders van de rabbinale wetten mochten van de Oostenrijks-Hongaarse overheid niet meer worden gestraft. En hij voegt eraan toe: "Hier in Pressburg is het gelukkig nog anders. Wanneer men mij komt vertellen dat een joods winkelier open is tijdens de kleinere feestdagen dan mag ik de politie naar hem sturen en hem laten arresteren."


Zelfs in het 18de-eeuwse Duitsland werden door rabbinale gerechtshoven niet-religieuze boeken (zelfs aardrijkskunde boeken) verbrand, mochten joden niet het algemeen Duits leren of mochten zij hun eigen dialect, het Jiddish Duits niet met latijnse letters schrijven. Mystieke stromingen domineerden in de Midden en Oost-Europese stetl (letterlijk joodse stadjes). Bijgeloof domineerde er, net als geloof in heilige mannen, in magie en in amuletten. Grote delen van het Oude Testament (Tora), alle niet-liturgische hebreeuwse poëzie of boeken over filosofie waren verboden. Net als de studie van talen, wiskunde, wetenschap en zelfs de geografie van Palestina. Zo wisten de meeste Poolse joden niet echt waar Palestina lag. Je ziet het aan de bouw van hun synagogen. Normaal moeten die naar Jeruzalem zijn gericht. Wel bijna alle oude synagogen in Polen zijn pal naar het oosten gericht terwijl Jeruzalem voor hen in het zuiden lag. Een kritische benadering, iets waarom joden nu zo voor worden geprezen, bestond niet. Het eerste hebreeuwstalige aardrijkskunde boek dat in 1803 in Rusland verscheen bekloeg er zich in het voorwoord over dat de meeste rabbijnen ontkenden dat Amerika bestond. Niet-joden beschouwde men als volgelingen van Satan.
Aan deze situatie van achterlijkheid kwam verandering door twee parallelle ontwikkelingen: Holland, Engeland en later revolutionair Frankrijk gaven de joden individuele rechten en erkenden niet langer de macht van rabbinale rechtbanken. Van zodra de Verlichting binnen de Europese joodse gemeenschappen binnendrong begonnen zich daar dissidente joodse denkers te roeren. Slecht van toen af werd de joodse bijdrage tot de Europese cultuur enorm, daarvoor was dat nihil geweest, waren joden buitenstaanders en vijanden. Een deel van de Europese elite zal deze evolutie niet appreciëren. Zij willen dat de joden voor eeuwig outsiders blijven. Een vuile truc hierbij was de uitvinding van de term antisemitisme door Wilhelm Marr in 1879. Daarvoor was Europa grotendeels anti-joods geweest en formuleerde men die vijandigheid in religieuze termen. Van joods-christelijke beschaving was toen nog geen sprake, dat is een zeer recente opvatting. De nieuwe anti-joodse golf kreeg nu een racistische tint. Men ging de Europese joden associëren met andere minderwaardige volkeren, de nieuw gekoloniseerden, daarom gaat men een ruimere term hanteren, die alle semieten bestreek, dus ook de Arabieren. (Algerije werd al vanaf 1840 gekoloniseerd.) Wie een beetje objectief onze geschiedenis bekijkt moet toegeven dat de Europese beschaving eeuwenlang niet joods-christelijk was, maar gewoon christelijk en tegelijkertijd sterk anti-joods en anti-Arabisch.

 

Stelling twee: De Arabische cultuur is niet vreemd aan Europa. In tegendeel zonder Arabische cultuur, geen Europese.

De Spiegel van Pirenne:
De stelling van de grote, Belgische historicus Henri Pirenne is dat de begrippen "Latijnse Christenheid" en "Westen" opdoken tijdens het Karolingische Rijk en later definitief gestalte kregen tijdens de Kruistochten. Volgens Pirenne definieerde Europa zich in het zuiden tegenover de Arabische Wereld en in het noorden tegenover de Keltische en Germaanse Heidenen. (vn De term Europeanen duikt voor het eerst op in de Karolingische tijd. Een christelijke Andaloesische kroniekschrijver uit Cordoba gebruikt de Latijnse term Europenser in zijn Cronica Mozaraba over de slag bij Poitiers. Mozaraben waren christenen die in Moslim Andaloesië woonden en Arabisch van cultuur waren. De schrijver noemt de Franken Europenser, Europeanen, een synoniem voor christenen. Daarna verdwijnt de term weer tot in de vijftiende eeuw).


Pirenne had gelijk : de christenheid zal zich definiëren via de noordelijke kruistochten tegen heidense Kelten, Saksen, Wenden en Balten, via de kruistochten in het Midden-Oosten, die trouwens gepaard gaan met massamoorden op joden in het Rijnland en elders in "Europa" en met de christelijke kruistochten in Iberië tegen de moslims, die bekend staan als de 'Reconquista'. Binnen die christelijke kruistochten in Europa speelden onze contreien een hoofdrol. Lissabon en enkele grote steden in de Algarve, zoals Silves, werden dankzij Vlaamse en Dietse kruisvaarders op de Arabieren veroverd.


Later zal het Ottomaanse Rijk die rol over nemen en zal de hoofdbedoeling van de Westerse Christenheid erin bestaan om " de Turk te verjagen." Enige uitzondering vormen hierop de opstandige protestanten tijdens de reformatie die een tijdelijk bondgenootschap met De Turk zullen afsluiten (In de Nederlanden duikt dan de geuzenslogan op, Liever Turks dan Paaps.) Maar heel de geschiedenis door wordt het Ottomaanse Rijk dat op zijn hoogtepunt één vierde van Europa bestuurt, niet als Europees beschouwd. Net trouwens als al Andalus. Een negenhonderdjarige Arabische en moslim aanwezigheid op het Iberisch schiereiland wordt nog altijd afgedaan als een 'bezetting', niet als een aanwezigheid. Hoelang moet een bevolkingsgroep hier wonen om deel van onze samenleving uit te maken? De vraag is nog altijd actueel en het antwoord is erg pessimistisch als je ziet dat een aanwezigheid die even lang heeft geduurd als onze taal, het Nederlands bestaat, nog altijd als 'cultuurvreemd' wordt ervaren.


Waar het 'joods probleem' een 'definitieve oplossing' kreeg in de twintigste eeuw, kreeg het Andaloesisch probleem zijn 'eindoplossing' al in 1614 toen het laatste half miljoen moslims op boten werd gezet richting Marokko. Het Ottomaanse deel van Europa zal volgen. In 1870 was bijna de helft van de bevolking daar moslim. Dit Ottomaanse 'probleem' werd door de Russen 'opgelost' tijdens de Balkanoorlog van 1877. Drie honderd duizend moslims werden omgebracht en vijf miljoen werden weg gejaagd naar Anatolië.
Tomaz Mastnak (een Sloveen die doceerde aan Cambridge en Harvard) formuleert het dan ook pertinent als hij schrijft dat "de vijandigheid van Europa tegenover moslims, niet alleen heel de Europese geschiedenis domineert, maar dat er geen Europese geschiedenis zou bestaan zonder die vijandigheid. Europa zoals wij dit nu kennen -Europa als een politieke gemeenschap- zou anders niet bestaan." Hij beweert ook dat tot de vijftiende eeuw er alleen sprake was van de christenheid en dat dan pas de term Europa opduikt in de betekenis van een 'Westers, gemeenschappelijk, collectief bewustzijn'. De gebeurtenis die hierbij centraal stond was de val van Constantinopel in 1453. Toen ontstond volgens Mastnak Europa als politiek begrip. Maar nog twee eeuwen lang zullen de termen christenheid en Europa synoniemen blijven. Ortelius geeft in zijn Synonimia Geographica (1578) voor christenheid: vide Evropaei, zie Europeanen. De laatste maal dat een diplomatiek document de term christenheid gebruikt, is de Vrede van Utrecht (1713), die het heeft over de 'christelijke republieken'. Daarna maakt het begrip christenheid definitief plaats voor Europa.
De Turkenhaat bleef een constante binnen de Europese cultuur, zelfs bij grote humanisten. Erasmus die principieel tegen oorlog was, maakte een grote uitzondering, de oorlog tegen de Turken. In Querela Pacis beklaagt hij er zich over dat oorlog in de menselijke natuur schijnt ingebakken, en oppert hij, als er dan toch aan oorlog niet viel te ontsnappen, waarom deze negatieve energie dan niet los laten op de Turken. "Als de menselijke natuur blijkbaar niet zonder oorlog kan, is het dan geen minder kwaad de Turken te bevechten in plaats van de vele onheilige oorlogen die christenen onderling voeren." Zijn vriend, Thomas More hield er analoge opvattingen op na. Hij vindt "the batayle by whyche we defende the crysten countries against the Turks" niet alleen verschoonbaar, maar aan te raden (A Dialogue Concerning Heresies) "


Soms dook die Arabierenhaat op in een context die je niet zou verwachten: Columbus was helemaal niet op zoek naar een nieuwe wereld, maar naar een bondgenoot tegen Arabieren en moslims. De Grote Khan van de Mongolen stond bekend als pro-christelijk, en verder zouden er in het 'land van Pape Jan', dat ergens achter het moslimrijk lag grote groepen christenen wonen. Die wou hij bereiken, een alliantie met hen sluiten en dan de moslims langs achteren aanvallen. Ironisch genoeg deed hij voor zijn tocht een beroep op de aardrijkskundige kennis van de Arabieren, die veel verder stond dan de Europese. De geograaf Yakubi schreef al in 892 dat men vanuit de Berber havenstad Masa (nu Zuid-Marokko), tegenover de Kanarische eilanden, rechtstreeks naar de Indische Oceaan kon varen. En Al Umari schrijft in 1348 het verhaal neer van de Berberstam der Barazil die vertelde dat zij waren overgestoken naar een nieuw land, met de naam Brazilië. Ferdinand Columbus schreef dan ook over zijn vader, de admiraal "Een van de argumenten die hij aanhaalde om via het westen naar Indië te varen was de berekening van de omtrek van de aarde door de (Arabische) geograaf al Farghani. Volgens die auteur was een breedtegraad maar 562 mijl lang en mijn vader besloot daaruit dat het onbekende deel van de wereld dat tussen Europa en den Oost lag niet zo groot was als men dacht en snel kon worden bevaren."


Columbus was een late kruisvaarder. Bij zijn vertrek schreef hij de Spaanse koning: "In dit gezegende jaar 1492, nadat Uwe Majesteit de Moren in Europa heeft verslagen en de grote stad Granada heeft veroverd, en ik de koninklijke standaarden hoog boven het Alhambra zag wapperen, heeft Uwe Majesteit, Gij Katholieke en Christelijke Prins, geheel vervuld van het christelijke geloof en bestrijder van de aanhangers van Muhammad en van alle andere ketterijen, mij Cristobal Colon gezonden naar Indië om daar Prinsen en Vorsten te zoeken die bereid zijn christen te worden en met ons mee te werken." Toen hij dan toch een Nieuwe Wereld ontdekte schreef Columbus naar de koning en vroeg hem "de opbrengsten van mijn ontdekkingen te spenderen aan de verovering van Jeruzalem."

 

Het grote Cultuurnegationisme


Deze eeuwenlange Arabofobie heeft een belangrijke keerzijde. Er kwam een groot taboe te liggen op de Arabische bijdrage tot de Europese cultuur. Een verdringing die kan tellen. Bij Arabier denkt iedereen nu aan olie, woestijn en kamelen. Een beeld dat niets met de cultuurhistorische realiteit te maken heeft.


De Arabische maatschappij en cultuur is altijd overwegend stedelijk geweest. Het begon ooit in de steden Mekka en Medina, die later werden opgevolgd door Damaskus, Baghdad, Cordoba, Kerouan of Kairo. De grote Arabische historicus, Ibn Khaldun ( XIVde eeuw), volgens Arnold Toynbee de uitvinder van de sociologie en van de geschiedenis als wetenschap, gebruikt als term voor beschaving: tamaddun, afgeleid van medina, stad, en letterlijk dus eigenlijk 'verstedelijking'. Zijn stelling is, zonder stad, geen cultuur. Het feit dat Europeanen Arabieren eerst en vooral als woestijnbewoners bekijken is dus al een primaire misvatting, die vooral gestalte kreeg tijdens de kolonisatie. Denk maar aan Lawrence of Arabia. Het weze ons Europeanen vergeven, want we wisten zelf al niet goed hoe we ons zouden noemen. Europa is van origine een raar woord. Volgens de Griekse mythologie was Europa de dochter van Agenoor, koning van Tyrus en Sidon (nu Libanon). Ze werd ontvoerd door Zeus die haar meenam naar Kreta. Een van haar zonen wordt Minos, vader van de Minoïsche beschaving. Dat is de cultuur op Kreta tussen 3000 en 1400 voor onze tijdrekening. Ze ging de klassieke Griekse cultuur vooraf Een symbolische, pre-wetenschappelijke manier om duidelijk te maken dat de Griekse beschaving voor een deel zijn wortels in het Midden-Oosten vond. "Europa" is trouwens van oorsprong een semitische naam, van het Fenicisch 'erab, (modern Arabisch gherab), westen.


De geschiedenis van de Europese cultuur werd geschreven alsof hier nooit een Arabische en moslim aanwezigheid is geweest, alsof die cultuur hier nooit heeft bestaan.  Dat gaat dan zo: eerst waren er de Grieken, en vooral de Romeinen en dan was er een groot gat, tot plots licht schijnt in de duistere middeleeuwen. Dit gebeurt tijdens wat men de renaissance van de 12de eeuw is gaan noemen. Die periode wordt nu ook aangehaald om de term duistere middeleeuwen definitief te bannen. Over de bron van dit licht heeft men het niet, terwijl er niet valt naast de kijken: dat deel van Europa dat toen een gouden eeuw beleefde, Andaloesië.


Het begint bij de filosofie. De eerste filosofische school ontstaat in christelijk Europa, aan de universiteit van Parijs. Ze noemen zich de Averroïsten. Een van de grondleggers is iemand van bij ons, Siger van Brabant. Averroës, Latijnse naam van Ibn Rushd, was de grootste Andaloesische filosoof. Hij was een groot commentator en voortzetter van Aristoteles en poneerde twee revolutionaire stellingen. Dat de wereld eeuwig was en geen begin of einde kende en dat men een rigoureuze scheiding moest maken tussen religieus denken enerzijds en filosofisch, wetenschappelijk denken anderzijds. Bij conflict tussen beiden moest het filosofisch denken primeren. Averroës was de hoffilosoof van het Andaloesisch regime. Zijn christelijke navolger Siger van Brabant werd in 1283 vermoord door een godvruchtig katholiek, waarschijnlijk op bevel van de paus. Het denken van Thomas van Aquino was grotendeels een reactie op dit Averroïsme en zijn figuur kan je dan ook maar volledig inschatten met Averroës in het achterhoofd.
En dan is er de christelijke mystiek. Een van de eersten was Juan de la Cruz. Volgens Luce Lopez-Baralt (van de Academia de Lengua Espanola in Madrid) gaat zijn mystiek terug op ibn al Farid en op Ibn Arabi's "Vertaler van Verlangen". Zowel de grote Spaanse mystica, Theresa van Avilla als onze Beatrijs van Nazareth halen hun vergelijkingen en sommige van hun praktijken om in trance te geraken uit het soefisme. Vergelijkingen als de metamorfose van de ziel als een vlinder, of de lelie als symbool voor de zuiverheid komen uit de Arabische mystieke literatuur. Miguel Asin Palacios heeft haar inspiratie getraceerd, net als die van de alumbrado's (illuminati),tot de theorieën van de soefi-orde der Shadhiliya en meer specifiek tot Ibn Abbad van Ronda. Theresa van Avilla heeft het over een innerlijke burcht die bestaat uit zeven concentrische kastelen en onze Beatrijs van Nazareth (gest. 1268) geeft haar tractaat, het oudste Nederlandstalig mystiek prozastuk, de titel "Van Seven Manieren van Heiliger Minne". Deze zeven trappen om tot de Liefde op te klimmen, komen letterlijk uit een Arabisch-Andaloesisch mystiek traktaat, al Nawadir (De Concentrische Cirkels).


Om het over meer wereldse lyriek te hebben, de troebadoers. Hun oorspronkelijke Provençaalse naam trubador, (troebadoer) is afgeleid van het Arabisch. Dor is een Romaans achtervoegsel dat aan nogal wat Arabische woorden werd toegevoegd, denk maar aan matador (van Arabisch mata, doden, en dor, hij die het doet). Zo komt trubador, ook tarubador van het Arabische tarab, een zangperformance geven. Deze troebadoers zullen de eerste vorm van gecultiveerde, niet-kerkelijke muziek ontwikkelen. Centrale rol in de troebadoer cultuur speelde Eleonara van Aquitanië. Aan haar hof wordt de Arabische minnelyriek die opgang maakte in het Midden-Oosten en in Andaloesië omgevormd tot hoofse liefdespoëzie. Een mooi voorbeeld van Nederlandse hoofse literatuur is Floris en de Blancefloer. Floris is een koningszoon die verliefd is op Blancefloer, maar die wordt door haar vader als slavin verkocht en belandt zo in Babylonië (Irak), waar zij de bruid wordt van de Emir en in zijn Maagdentoren wordt opgesloten. Floris trekt vermomd als koopman op zoek naar haar. Hij kan de bewaker van de toren omkopen en trekt bij zijn geliefde in. Wanneer Blancefloer twee nachten na elkaar niet opduikt bij de Emir, stuurt die een kamerling. Hij betrapt het koppel. Daarop besluit de Emir hen te laten veroordelen tot de doodstraf. Tijdens het verhoor blijkt hoeveel Floris en Blancefloer van elkaar houden en tegen zoveel liefde kan de Emir zich niet verzetten. Hij schenkt hen gratie en zij huwen.
De emir, een moslim, wordt hier tot voorbeeld gesteld van de christenen. De thematiek van Floris ende Blancefloer was in de Middeleeuwen een brandende kwestie. Veel adellijken uit liefde trouwen, maar dit kon niet. Zij werden aan elkaar uitgehuwelijkt in functie van financiële of politieke overwegingen. Maar in dit verhaal overwint de liefde alle hinderpalen.


Het verhaal dateert minstens van voor 1170. Toen circuleerde het al bij de Provencaalse troebadoers. De plot van het verhaal is waarschijnlijk van Arabisch-Perzische origine. Hebban olla vogala Arabisch gezongen?
Recent is gebleken dat een poëzievorm die in Andaloesië bestond wel een heel merkwaardige rol heeft gespeeld in de Nederlandse literatuur. In Andaloesië zongen beroepszangeressen gedichten gesteld in klassiek Arabisch (muwashaha's), maar als uitsmijter (kharja) lanceerden zij op het einde korte versjes in de Romaanse volkstaal, in de trant van: "Wat zou er zonder jou van mij geworden, schatje, laat mij nu toch niet alleen" (Qué faré yo o qué serad de mibi, Habibi, Non te tolgas de mibi). Prof. Frits van Oostrom (Univ. Utrecht) stelt nu dat de oudste zin in het Nederlands "Hebban olla Vogala nestas hagunnan, hinase ic anda thu" hierop terug gaat. Voor hem gaat het niet om een penne-oefening van een monnik, zoals traditioneel werd voorgehouden. Neen, het is een versje in de volkstaal na een gedicht in de klassiek taal (bij ons Latijn) en geschreven door een vrouw. Een uniek getuigenis van een poëziegenre dat ons vanuit Andaloesië bereikte. Van Oostrom doorbreekt hiermee twee taboes: de oudst bekende Nederlandse literatuur is niet door een man geschreven, erger nog, geïnspireerd op wat toen de belangrijkste literatuur in Europa was, de Arabische. We moeten er niet beschaamd om zijn.


De Divina Commedia van Dante heeft volgens de Italiaanse prof. Enrico Cerulli, duidelijk Andaloesisch-Arabische roots, en dit niet alleen omdat Ibn Rushd er positief in voorkomt "Averrois, che il gran commento feo", schrijft Dante, maar heel het concept van de hemelvaart en de zeven hemelen komt uit de Arabische Miraj-literatuur die het over de hemelvaart van Mohammad heeft en wie hij allemaal in die hemelen ontmoet. Deze literatuur circuleerde volgens, alweer Miguel Asin Palacios in La escatologia musulmana en la Divina Comedia, overvloedig in Latijnse en Italiaanse vertaling tijdens Dante's leven. Niet dat dit afbreuk doet aan de grootsheid van Dante's meesterwerk, het situeert het alleen maar in een ruimere context dan louter "christelijk" Europa.

Het Spaanse meesterwerk "Don Quixote" is dan weer geschreven toen er nog meer dan een half miljoen moslims in Spanje rondliepen. De Arabisch invloed erin is groot. Cervantes begint zijn Quixote met een overzicht van de culinaire gewoonten van zijn held. Toen een literaire rariteit, die alleen te verklaren valt als men weet hoe de Spaanse maatschappij toen gefixeerd was op religieuze voedingsgewoonten. Weigeren varkenvlees te eten was een aanwijzing dat men een verdoken moslim was. Zo eet Don Quixote "duelos y quebrantos" (kommer en kwel) een eufemisme voor "spek met eieren." Maar het rare is wel dat Cervantes de eigenlijke biografie van Don Quixote toeschrijft aan een Arabisch auteur, waaruit hij rijkelijk zou hebben geput. Alsof hij onbewust wou suggereren dat de 'betere' cultuur nog altijd van de Arabieren kwam. Het is gedurfd in het land van de Inquisitie. Cervantes vertelt in het begin van het boek dat hij door de Garensoek van Toledo liep en daar op een pak met teksten stoot (Multatuli zal het hem later nadoen met zijn Pak van Sjaalman). Hij vraagt de Moorse eigenaar naar de titel en wat blijkt het te zijn "De Geschiedenis van don Quixote de la Mancha, door de Arabier Cid Hamet Benengeli" En schrijft Cervantes, "ik was zo blij dat ik het kocht, ik betaalde de Moor twee arrobes (Arabisch gewichtsmaat) rozijnen en twee maten kaas en hij vertaalde alles voor mij." Wanneer Cervantes later in het tweede deel van het boek Don Quixote ontmoet vertelt hij hem hoe hij aan de geschiedenis van diens leven is geraakt en zegt hij "In Portugal, Valencia en Barcelona zijn nu al meer dan 12.000 exemplaren verkocht, en nu wordt het in Antwerpen gedrukt en het zal er in alle talen van Europa worden verspreid." Cid Hamet duikt trouwens geregeld in het boek op, als het verhaal een adempauze nodig heeft, en het is dezelfde Cid Hamet die het boek afsluit en zijn pen bedankt omdat hij dankzij haar "alle stupide en ridicule ridderromans belachelijk heeft kunnen maken en ze met zijn Don Quixote de genadeslag heeft toegebracht."


Ondanks deze geschiedenis van rijke culturele uitwisseling houdt Europa vol dat de Arabische bijdrage aan haar cultuur irrelevant is geweest en dat het alles zelf en rechtstreeks van de Grieken heeft geërfd. De Andaloesische basis wordt weg gegomd, want al Andalus is Arabisch, dus niet christelijk en dus niet Europees. De eeuwenoude Ottomaanse aanwezigheid ondergaat eenzelfde lot. We hebben wel de scheiding tussen Kerk en Staat ingevoerd, maar onze visie op de Europese geschiedenis houden wij nog steeds erg 'christelijk'.


Dat we zouden hebben afstand gedaan van deze christelijke visie is met een dikke korrel zout te nemen. Zelfs liberalen lid van de loge slaan ons geregeld om de oren met de Europese joods-christelijke traditie. Wij hebben het Franse model van de laïciteit helemaal niet gevolgd. De wet van 1905, want van toen dateert de huidige officiële scheiding tussen Kerk en Staat in Frankrijk, heeft bij ons zijn gelijke niet. In Frankrijk wordt op basis van deze wet geen enkele godsdienst gesubsidieerd, daar wordt enkel buiten de schooluren katholicisme of wat dan ook onderwezen, op kosten van de betrokken ouders. Kortom, zij behandelen de christelijke godsdiensten zoals wij in de feiten de islam behandelen. In België hebben wij 'pluralistisch' of beter, verzuild als wij zijn, alle godsdiensten op een zelfde schapje gezet. Theoretisch den, want in de praktijk wordt het katholicisme zwaar over gesubsidieerd en blijven wij voor de islam 'dure de comprenure' zoals ze in Brussel zeggen. We zullen de praktische consequenties van de erkenning van de islam implementeren met Sint-Juttemis. De paus zal het niet graag horen, maar we moeten dringend nog wat gaan ontkerstenen. Want was het niet die specifiek christelijke visie die gemaakt heeft dat Europa nooit op een andere manier met zijn minderheden heeft kunnen omgaan dan totalitair, gewelddadig en moorddadig?

 

Stelling drie: Europa was Nooit tolerant tegenover zijn minderheden.


Zelfs niet op de primaire manier van de Arabieren: bij hen kregen leden van minderheidsgodsdiensten, als zij bereid waren een bepaalde belasting (jizya) te betalen het recht om in wat wij nu 'persoonsgebonden' materies noemen, hun godsdienst toe te passen. Trouwen, geboren worden, sterven, erven… volgens eigen specifieke wetgeving.
In het Midden-Oosten overleven daardoor nog altijd talloze christelijke varianten. Mijn godsdienst encyclopedie geeft alleen al zes soorten orthodoxen, naast nestorianen, gewone katholieken en protestanten. In Europa belandde al wat niet Rooms was de brandstapel op. De eersten die het overleefden waren de zeventiende eeuwse protestanten.
Met onze joodse medeburgers zijn wij wel het langst moorddadig om gegaan, zo efficiënt dat zij zelfs onze discriminerende houding tegenover hen zijn gaan interioriseren. De Zionisten onder hen hebben vorige eeuw besloten dat zij bij ons niet langer thuis horen en zijn dan maar 2000 jaar terug gegaan in de tijd, richting Palestina. Naar hun 'land van origine'. Een vrijwillige terugkeer waar het VB nu voor de moslims maar van kan dromen. Maar stel je voor dat de rest van de Europeanen ook zou beslissen terug te trekken naar de plaats waar wij 2000 jaar geleden thuis hoorden, de Kaukasus. De Georgiërs, Tsjetsjenen en Abkhazen zouden nogal opkijken. Dat deden de Palestijnen ook. Zij zijn indirect het slachtoffer geworden van onze jodenhaat.


Toch hebben we het lef om te spreken van een joods-christelijke erfenis. En die wordt nu in zijn 'beste' versie, namelijk de Vlaamse, bedreigd door die nieuwe moslim aanwezigheid. Dit is niet alleen het standpunt van het VB, maar je hoort het met veel serieux en aplomb verkondigen door establishment figuren als Patrick De Wael of Godfried Danneels. De povere Marokkanen uit de Sus of uit Nador, de verarmde Turkse boeren uit Anatolië die hier naar toe werden gelokt met de belofte van een roze toekomst voor hun kinderen moesten het geweten hebben. Als we dit parochiale Vlaanderen zijn huidige gang laten gaan, zullen hun kinderen nog eindigen als de nieuwe joden.
Stelling vier: Het latente racisme in de Europese cultuur wordt binnen België nog eens gestimuleerd door het parochiale en provincialistische Vlaams nationalisme.

Dertig jaar geleden sprak mijn moeder, die op 17 km van Brussel woonde, over vreemden als het om mensen uit het dorp er naast ging. Dit parochiaal gevoel is vanaf de jaren zestig vlijtig gecultiveerd onder het mom van 'Vlaamse identiteit'. Vlaams nationalistisch rechts dat minstens ideologisch met de nazi's sympatiseerde heeft militair de oorlog verloren maar heeft die daarna ideologisch gewonnen. De rol van de media is daar doorslag gevend in geweest, vooral de televisie waar Vandenbussche's, Hemmerechts'en en De Graeve's deze eng-vlaamse cultuur via de ether in onze strot ramden. Daarvoor was geen VB nodig. Gerard Walschap, een fervent televisiekijker dacht dat zijn tv een venster op de wereld was, maar onze 'Vlaamse televisie' heeft vier kamera's gemonteerd op de kerktoren van de parochie Vlaanderen en dat werd onze wereld. Ongevallen en onweer, hier en ginder, uit vreemde landen vooral kommer en kwel en veel gevaar. Voor de rest zo weinig mogelijk nieuws uit het buitenland, want 'daar is de Vlaming toch niet in geïnteresseerd. Ik heb het vrt-journaal nagetrokken. Het aantal buitenlandse onderwerpen daalde van 45% in 1991 naar 27% in 2003. In het jaar 2004 ging 16% van het journaal over ongevallen en weer. Met misdaad erbij klom dit op tot 22,5%. Dreiging alom dus. Ter vergelijking het aandeel van de vier grootste niet-Europese landen, ongevallen of onweer niet meegerekend: China kreeg 0,6%, India 0,4%, Brazilië 0,12%, Soedan 0,4% (ondanks dat daar een humanitaire ramp gebeurde). Wallonië deed het even goed als India, met 0,4% en het nieuwsaandeel voor de politieke actualiteit van het Brussels Parlement bedroeg welgeteld 0,03%. Nu ligt de VRT in Brussel en is dat officiëel de Vlaamse hoofdstad. Maar ja, daar wonen toch alleen maar 'vreemden'. Franstaligen interesseren ons enkel als gevaar. Daarom mogen er ook geen wonen in Moeder Vlaanderen. En wie er woonde, ook al won hij de Nobelprijs wordt als niet-Vlaming op de vuilbak van de geschiedenis van deze 'nieuwe natie' gegooid. Naast het werk van Maeterlinck, Verhaeren of de Ghelderode. Leve de Vlaamse literatuur van Ernest Claes tot Herman Brusselmans.
De politici die onze 'Vlaamse identiteit' vormen naar hun eigen bekrompen beeld en vale gelijkenis hebben hun vijandigheid eerst gericht op onze Franstalige landgenoten. Die bleken niet alleen een andere taal te spreken, maar tot een cultuur te behoren waar echte Vlamingen niet mee overweg konden. Vooral hun 'politieke' cultuur bleek ondermaats, 'wij' zijn zo veel efficiënter, dynamischer, werklustiger en noem maar op. Zo'n twee tegengestelde 'culturen' kunnen maar beter ieder apart gaan leven, en de Vlamingen in hun eigen zoveel betere staat. 'Wat we zelf doen, doen wet beter'. Maar de xenofoob in hen slaat echt op hol wanneer ze te maken krijgen met de gekleurde medeburger, ook al spreekt die onze taal, maar ja, hij belijdt de godsdienst van onze erfvijanden de Saraceen, de Assasijn, de Moor of de Turk. Dan praat heel het politiek establishment zoals Fortuyn of Annemans, ieder met zijn aangepast paars of christelijk accent.

Zelfs loge-leden peroreren dan over onze joods-christelijke erfenis die niet te rijmen valt met de moslimcultuur van Arabieren.  Ja van Arabieren. Want het is geen xenofobie tegen vreemdelingen in het algmeen. Inwijkelingen uit de VS, Japan of Australië, zelfs Chinezen vallen er niet onder. En niet louter een islamofobie. Moslims uit Zwart-Afrika duiken niet op in dit discours. De meeste politici weten trouwens niet dat een groot deel van de zwarte medemens die in Brussel of Antwerpen rond loopt moslim is. En ook Pakistaanse moslims die nachtwinkels of pompstations open houden, blijven buiten schot. Met de islam, als louter godsdienst wil men als het moet, wel in dialoog gaan. Dan zijn we allemaal volgelingen van de Patriarch Abraham, zonen en dochters van dezelfde ene God, hij mag dan al Allah heten. Daar kan zowel onze katholieke koning als de kardinaal volmondig ja op zeggen. Een gelegenheid voor de katholieken om zich nog eens te profileren, om te tonen dat ze nog bestaan. Neen het gaat specifiek tegen Marokkanen, want die hun Arabische cultuur valt niet te rijmen met de onze. Die slaan hun vrouw, en doen de misdaadcijfers stijgen. De Turken zitten tussen twee stoelen. Ata Turk en de Nato zijn de twee shibbolets die zij kunnen boven halen als ze onder vuur komen te liggen.

 

Vraag: Hoe kan een minderheid in Europa, in casu de Arabische, overleven?


Ik heb daar geen volwaardig antwoord op, maar uit het voorgaande kan je minstens besluiten dat niet zo zeer het Vlaams B. het gevaar vormt, maar de hele 'Vlaamse' culturele context. En ten tweede, is het nuttig om te kijken hoe de oudste minderheid in Europa, de joden, zich hebben proberen staande te houden. Ik ga het enkel over de twintigste eeuw hebben. De joodse reactie op het inherente anti-semitisme van de Europees-christelijke cultuur was vijfvoudig.
Er waren de begoeden, die zich zo sterk geïntegreerd hadden in de burgerlijk-christelijke maatschappij dat ze buiten de synagoge, toch tot het nazisme kwam, zelf haast vergeten waren dat ze joods waren. Zij woonden vooral in West-Europa.


Een grotere groep woonde in Oost-Europa en daar had je vier tendenzen:
De vroom-gelovige hassidim sloten zich op in hun eigen religieus-cultureel getto, weigerden aan politiek te doen en hoopten op de hulp van God. Na de jaren 1950 zijn de meeste onder hen overgegaan naar het zionisme.
De zionisten (de eerste zionistische bijeenkomst dateert uit 1897, de beweging kwam pas echt op gang begin twintigste eeuw), vormden oorspronkelijk een kleine groep. Zij besloten dat de antisemieten gelijk hadden en begonnen een nieuw getto in Palestina, agressief en racistisch, zoals de Europese maatschappij waaruit ze voortkwamen. Na de Tweede Wereldoorlog groeiden zij uit tot ver uit de grootste groep.


Een beetje vergeten is de hoofdmoot van de Oost-Europese joden die in 1897 (het zelfde jaar dus waarin het zionisme werd geboren) de Allgemeiner Yiddischer Arbeterbund, kortweg de Bund hebben opgericht. Zij slaagden erin op zeer korte termijn de joodse kleine man in Lithauen, Polen en Rusland te verenigen. In tegenstelling tot de antisemitische mythe was dat het gros van de joodse bevolking daar. De Bund combineerde een cultureel-nationalisme (zo wilden ze dat het jiddisch een erkende taal werd), met een sociaal-progressief programma (zo twijfelden zij tussen een aansluiten bij de socialistische dan wel communistische internationale). Op antisemitisch geweld reageerden zij met eigen georganiseerd verweer. Alle vergelijkingen lopen mank, een soort joodse AEL, maar dan minder religieus gekleurd, en met meer succes.


En dan waren er de arbeiders en intellectuelen die als analyse maakten dat het antisemitisme gebruikt werd door de reactionaire burgerij en dat de oplossing erin bestond zich te engageren in die organisaties die de reactie het grondigst bestreden. Het zijn de duizenden onbekende Rosa Luxemburgs en Leon Trotsky's die voor het radicale socialisme en het communisme kozen. Wie van hen heeft nu de grootste golf van Europees racistisch geweld, de industriële massamoord van het nazisme, overleefd?
Van de Bund overleefde enkel de afdeling in de Verenigde Staten.
De hassidim werden gedecimeerd.
De zionisten hebben hun nieuwe getto gekregen.
De goed geïntegreerde burgerij heeft het grotendeels overleeft, ondermeer door een passieve collaboratie met de nazi's in haar jodenraden. De leiders daarvan, goed geïntegreerde burgers, lieten vooral de nieuwkomers, de vluchtelingen uit Oost-Europa op transport vertrekken en hoopten zo hun vel te redden (lees er Marcel Liebman of Maxime Steinberg over na).


Het opgaan in progressieve bewegingen bleek het efficiëntst. De Sovjet-Unie was het grote toevluchtsoord: van de 2.562.000 joden die tussen 1935 en 1943 het nazi-regime konden ontvluchten waren er 1.930.000 (75,3%) die gered werden in de Sovjet-Unie. Ter vergelijking slechts 1,9% kon terecht in Groot-Brittannië, maar 6,6% in de USA en slechts 8,5% arriveerde in het nieuwe Getto in Palestina.


Voor mij een reden om bij mijn Marokkaanse medeburgers te pleiten om zich op politiek vlak niet autonoom te organiseren zoals de Bund, of zich op te sluiten in een religieuze leefwereld, zoals de hassidim. Wel om hun culturele en religieuze rechten op te eisen, maar om zich politiek te engageren in organisaties die radicaal de voedingsbodem van de Arabofobie en het racisme bekampen. Concreet dus, in elke progressieve organisatie die radicaal ingaat tegen het parochiale Vlaams nationalisme, waar zo wat alle grote Vlaamse politieke partijen mee dwepen. Want dat is de grote schimmelbodem waarop de bruine zwam van het Vlaams Belang steeds groter en groter wordt.

 


*Lucas Catherine is publicist. Dit artikel verscheen in januari 2005.



Epo



Verwante Dossiers: Discriminatie & islamofobie Algemeen

  • De Deense Duivelscartoons
    Lucas Catherine - www.uitpers.be 2006
  • De mythe van het islamitische gevaar - hindernissen bij integratie
    W. SHADID & P.S. VAN KONINGSVELD - Uitgeverij KOK - KAMPEN 1995
  • Discriminatie en xenofobie
    Kompas - Handleiding voor mensenrechteneducatie met jongeren – Raad van Europa 2001
  • Hoe beleven etnische minderheden hun situatie
    Centrum voor Gelijkheid van Kansen en Racismebestrijding - CGKR 2009
  • Hoogtepunten uit het EUMC-rapport - Muslims in the European Union: discriminatie en islamofobie
    Europees Waarnemingscentrum voor racisme en vreemdelingenhaat (EUMC) - EUMC 2006
  • Islamophobia and progressive values
    Institute of Race Relations - Institute of Race Relations 2010
  • Muslims in the European Union - Discrimination and Islamophobia
    Europees Waarnemingscentrum voor racisme en vreemdelingenhaat (EUMC) - EUMC 2006
  • Verslag over een dialoog met minderheden in de provincie Vlaams-Brabant
    Provinciaal Integratiecentrum Vlaams-Brabant - PRIC 2006
  • Veruiterlijkingen van overtuigingen - stand van zaken en werkpistes
    Centrum voor Gelijkheid van Kansen en Racismebestrijding (CGKR) - CGKR 2009
  • Wat racisme met een kind doet
    Samira Bendadi - MO*magazine 2011
  • Check onze blog manatalks.blogspot.com



    Activiteit in de kijker


    01 02 2013 Zorg in tijden van efficiëntie - Levensbeschouwing in de zorg en hulpverlening

    MANA vzw ism HiG, Ella, Motief, CIMIC, Provincie Vlaams-Brabant, ODiCE & CAW-CGG

    Provinciehuis Vlaams-Brabant, 3000 Leuven


    Manazine #6 | SPECIAL: Islamitisch cultureel religieus erfgoed


    MANAzine - tijdschrift met debat en discussie op de snijlijn van maatschappij, cultuur & islam. | Islamitisch religieus en cultureel erfgoed

    Share Share

    Voeg je event toe aan onze agenda.























    Schrijf je in voor de nieuwsbrief!



    Schrijf je in als vrijwilliger.










    24 oktober 2014
    الجمعة 29 ذو الحجة 1435
    Antwerpen    Brussel    Gent    Hasselt
    Arabisch    Turks